Positief denken

Ik heb een ongelooflijk blije buurvrouw. Fleur heet ze. Best wel een vrolijke naam. Telkens als ik haar tegenkom vertelt ze me hoe gelukkig ze is.
-“Heerlijk die regen. Zo goed voor de plantjes.”
Natuurlijk wil ik haar niet afvallen. Ik ben niet graag een zeiksnor in het zicht van haar charmante verschijning.
-“We moeten het er maar mee doen.”, brom ik, want echt lekker vind ik het niet.
-“Nou buurman, het is niet moeten maar mogen.”
-“Je hebt gelijk, ik mag niet klagen.”
Fleur corrigeert me regelmatig. Ze is streng in de leer. Positief denken, daar draait het om.

Min ombuigen naar plus. Dat is de nieuwe trend. Je leest het ook op Facebook: “Als wij vanaf nu alleen maar positieve gedachten denken, dan is er over tien jaar geen oorlog meer.”
Ja, wie ben ik dan nog om achter te blijven? Ik bedoel, ik wil geen oorlog op mijn geweten hebben, alleen maar omdat ik uit pure luxe een beetje heb zitten somberen!​
Dus ik ben gestopt met mijn negatieve gedachten. Ik heb ze er gewoon uitgegooid. En vervangen door lieve zoete roze gedachten met een chocoladerandje.
Ik ben van gepieker naar piekervaring gegaan. En dat bevalt goed. Ik kan niet anders zeggen, want anders val ik weer terug in mijn oude patroon.

Natuurlijk is Fleur de eerste die ik op de hoogte stel van mijn bekering: “Fijn al die poepende honden hier. Krijgt het gras ook nog eens mest.”
Ter aanmoediging krijg ik een lief kusje op mijn wang. Ik voel ieder spoortje van de indruk van haar lippen. Dat zachte kusje blijft nog heel lang zitten. Het maakt dat ik nog beter mijn best ga doen. Nog een schepje er bovenop. Dat kan best wel. Schouders eronder en hupsakee!
-“Prima, dat al die bomen zijn weggehaald. Kunnen de buren eindelijk eens zien wat ik allemaal uitspook.”
Fleur blij. Ik blij. Nu hoor ik er echt bij. Ik mag zelfs bij Fleur op theevisite komen. Zo’n fijn aanbod sla ik niet af. Fris gedoucht, goed geschoren en met een glimlach van oor tot oor sta ik voor haar deur.

Als ze opent komt de fris-groene geur van vers geplukte lelietjes-van-dalen me tegemoet: “Welkom, lieve lieve schat!”
Op de spiegel in haar gang hangt een briefje met de tekst: “Echt, je bent de moeite waard!”
Binnen drinken we thee en we zien het leven onverbiddelijk zonnig tegemoet.
-“Heb je de prachtige aanbiedingen van de natuurwinkel al gezien?”
-“Ja, de honing is tien procent goedkoper deze week.”
-“Geweldig hè. Hoe al die bijtjes dat voor ons uit de bloemen halen!”
-“Misschien willen die bijen wel helemaal niet dat we de honing van ze afpakken.”, denk ik, als ik me even heb teruggetrokken op haar plee.
Hier op dit onbespiede plekje moet ik het aan mezelf toegeven: “Ik heb mijn gedachteleven nog niet helemaal onder controle.”
Op het porseleinen schoteltje met rozenblaadjes, naast haar doosje met tampons, ligt een gouden kaartje. Het zegt: “Ik ben een prachtmens!”

Ineens weet ik het niet zo zeker meer. Ik word bestormd door realistische overpeinzingen. Als Jezus aan het kruis had gedacht: “Ik hang hier eigenlijk best wel lekker.”, zou hij dan minder pijn hebben gehad?
Ik moet denken aan de met viltstift gekraste tekst, die ik las tussen de graffiti op de W.C.-deur van mijn kroeg: “Here I sit and hesitate: shall I shit or masturbate?”
Oef! De censuur is weg. Best wel gevaarlijk. Zeker hier. Bij Fleur. Ik houd me dus maar koest na het doortrekken.
Samen prijzen we nog even de buurt (vol grijs beton), de best wel grappige reclames op TV (niet om aan te kijken), de mooie auto’s voor de deur (heel irritant) en de grote voordelen van de opwarming van de aarde (alles gaat naar de klote).
Na het laatste slokje thee word ik positief uitgewuifd. Op de achterkant van haar voordeur staat in mierzoete letters: “Echt, je kunt het wel!”

Fleur heeft me wel weer op een idee gebracht. Dat moet ik haar nageven. Thuis ga ik onmiddellijk aan de slag.
Op de ronde spiegel boven mijn doorgezakte bank plak ik een briefje. Met de tekst: “Ik ben een lul!”
Kijk, daar knap ik nou van op. Als ik in de spiegel kijk, zie ik een vriend. Hoe dieper ik kijk, hoe completer ik lijk. Schaduwrijk en lichtrijk vloeien in mij samen.
Voor ik de deur uitga, schrijf ik met een vette stift aan de binnenkant: “Echt, het wordt nooit wat!”
Dat geeft rust.
Het is wat het is. ​Het is al goed. Het kan niet beter. En dat de zon nu lekker warm schijnt, ja, daar doe ik het maar mee!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s